BVO berekenen: zo rekent u het bruto vloeroppervlak uit
De bruto vloeroppervlakte duikt op in bouwaanvragen, taxaties en bouwkostenramingen, en bijna niemand legt uit hoe u het getal zelf uitrekent. Het is geen ingewikkelde som, maar u moet weten waar de meetlijn ligt en wat u wel en niet meetelt. Hieronder loopt u de berekening stap voor stap door, met een volledig uitgewerkt rekenvoorbeeld.
Wat de BVO precies meet
De bruto vloeroppervlakte, afgekort BVO, is de oppervlakte van een gebouw gemeten per bouwlaag langs de buitenomtrek. Bruto betekent hier: inclusief alles wat de constructie inneemt. De gevels tellen mee, de binnenwanden tellen mee, de schachten en de trapgaten tellen mee. De maat is vastgelegd in NEN 2580, de Nederlandse norm voor het bepalen van oppervlakten en inhouden van gebouwen. Omdat de BVO alles meetelt wat binnen de buitenomtrek valt, is het altijd het grootste oppervlaktegetal dat u over een gebouw kunt tegenkomen. De losse begrippen naast elkaar staan in GO, BVO en VVO uitgelegd.
De berekening in vier stappen
- Stap 1. Bepaal het aantal bouwlagen. Elke laag met een vloer telt apart, ook een kelder en een zolder met voldoende hoogte. Een bouwlaag is niet hetzelfde als een verdieping in de volksmond: de begane grond is bouwlaag een.
- Stap 2. Meet per bouwlaag de buitenomtrek. Neem de buitenkant van de gevel, dus inclusief het metselwerk en de isolatie. Bij een tussenwoning ligt de meetlijn in het hart van de woningscheidende wand, omdat die wand door twee woningen wordt gedeeld.
- Stap 3. Vermenigvuldig lengte maal breedte per laag. Bij een niet-rechthoekige plattegrond deelt u de vorm op in rechthoeken en telt u die bij elkaar op. Erkers en aanbouwen die onder hetzelfde dak vallen, meet u gewoon mee.
- Stap 4. Tel de lagen bij elkaar op. De som van alle bouwlagen is de BVO van het gebouw. Trek hier niets af voor muren, trappen of schachten: dat is precies het verschil met de gebruiksoppervlakte.
Rekenvoorbeeld: een tussenwoning van drie lagen
Neem een tussenwoning met een buitenwerkse footprint van 62 vierkante meter. De begane grond levert dus 62 vierkante meter op. De eerste verdieping heeft dezelfde plattegrond en levert opnieuw 62 vierkante meter op. De zolder ligt onder een zadeldak, waardoor de vloer binnen de kap ongeveer 40 vierkante meter beslaat. Opgeteld komt de BVO uit op 62 plus 62 plus 40, oftewel 164 vierkante meter.
Waarom dat getal ver boven het woonoppervlak ligt
Bij dezelfde woning ligt de gebruiksoppervlakte wonen rond de 118 vierkante meter. Het verschil van ongeveer 46 vierkante meter zit in drie dingen: de gevels en binnenwanden nemen bij een woning van deze omvang al snel tien tot vijftien procent van het vloervlak in, het trapgat telt op elke verdieping mee in de BVO en niet in de gebruiksoppervlakte, en de randen van de zolder waar u niet rechtop kunt staan tellen wel mee in de BVO maar niet als woonruimte. Wie de BVO uit een bouwdossier klakkeloos in een advertentie zet, maakt de woning op papier dus bijna veertig procent groter dan hij is. Dat is bij woningen niet toegestaan en juridisch riskant.
Wat telt wel mee in de BVO
- De gevels, de binnenwanden, de kolommen en de schachten.
- Trapgaten, liftschachten en vides, gemeten per bouwlaag alsof er een vloer ligt.
- Inpandige bergingen, de meterkast en de technische ruimte.
- Een kelder of souterrain met een vaste vloer, en een zolder die als bouwlaag herkenbaar is.
- Een aangebouwde garage of berging die binnen de buitenomtrek van het gebouw valt.
Wat niet meetelt
- Onoverdekte buitenruimte: tuin, oprit, terras op maaiveld en het onbebouwde deel van de kavel. Dat is grond, geen vloer, en valt onder de perceeloppervlakte.
- Balkons en dakterrassen die niet door gevels zijn omsloten.
- Een vrijstaand tuinhuis of een losse garage op het achtererf, want die vallen buiten de buitenomtrek van het hoofdgebouw.
- Kruipruimten waar geen sprake is van een bruikbare bouwlaag.
De vide: waar het het vaakst misgaat
Een vide is een open ruimte in een verdiepingsvloer. Bij de bruto vloeroppervlakte gaat u uit van de buitenomtrek per bouwlaag, en dan telt de vide gewoon mee alsof er een vloer ligt. Bij de gebruiksoppervlakte werkt het precies andersom: daar wordt een vide of trapgat groter dan vier vierkante meter er juist afgetrokken, omdat er geen vloer is om op te staan. Dit is het punt waarop de twee maten het verst uit elkaar lopen, en het verklaart waarom een woning met een royale vide op papier ruim oogt maar weinig woonoppervlak heeft.
Het verschil met GBO en VVO in een zin
De GBO of gebruiksoppervlakte is de binnenmaat op vloerniveau en is de maat voor woningen, de BAG, Funda, de WWS-punten en het energielabel. De VVO of verhuurbaar vloeroppervlak is de BVO min de constructie en min de algemene ruimten, en is de maat waarop commerciele huur wordt afgerekend. De BVO is de buitenmaat per bouwlaag en is de maat voor bouwaanvragen, vergunningen en bouwkosten per vierkante meter. Alle drie komen uit dezelfde norm, dus het verschil zit niet in de nauwkeurigheid maar in wat u meetelt.
Waarom uw eigen berekening geen meetrapport is
Zelf rekenen is prima om een dossier te controleren of een bouwkostenraming te toetsen. Maar zodra het getal de deur uit moet, is een eigen berekening niet genoeg. Voor een verkoopadvertentie, een taxatiedossier, een huurpuntentelling of een financieringsaanvraag verwacht de tegenpartij een meting die door een onafhankelijke partij is uitgevoerd en vastgelegd. Wat daar precies in staat en waarom een taxateur of bank erom vraagt, leest u in wat er in een NEN 2580-meetrapport staat. Wilt u eerst zien wat er voor een adres officieel geregistreerd staat, dan haalt u de BAG-oppervlakte en het bouwjaar gratis op via de objectkaart.
Veelgestelde vragen
Hoe bereken je de BVO van een woning?
Meet per bouwlaag de oppervlakte langs de buitenomtrek van de gevel en tel die lagen bij elkaar op. Trek niets af voor muren, trapgaten of schachten, want die tellen in de BVO gewoon mee. Bij een tussenwoning ligt de meetlijn in het hart van de woningscheidende wand.
Telt de garage mee in de BVO?
Een aangebouwde garage die binnen de buitenomtrek van het gebouw valt telt mee. Een vrijstaande garage of een losse berging op het achtererf telt niet mee in de BVO van het hoofdgebouw, omdat die buiten de omtrek ligt.
Is de BVO groter dan het woonoppervlak?
Ja, altijd. De BVO telt de gevels, de binnenwanden, de schachten en de trapgaten mee, terwijl de gebruiksoppervlakte die er juist af haalt. Bij een gemiddelde eengezinswoning ligt de BVO daardoor al snel dertig tot veertig procent boven de gebruiksoppervlakte wonen.